
Macrofotografie tips
Macrofotografie wordt ook wel ultra close-up fotografie genoemd. Je kruipt als het ware heel dicht op je onderwerp, waardoor er ineens een wereld zichtbaar wordt die je normaal makkelijk over het hoofd ziet.
Het maken van een mooie macrofoto is best een uitdaging. Je hebt te maken met weinig scherptediepte, beweging, licht en soms ook nog onderwerpen die geen seconde stil willen zitten. Maar als het lukt, is het vaak de moeite meer dan waard.
Hieronder geef ik je een aantal praktische tips die je helpen bij macrofotografie.
Je hoeft niet meteen een macrolens te hebben
Macrofotografie wordt al snel gekoppeld aan speciale macrolenzen. Heb je zo’n lens, dan is dat natuurlijk prachtig. Daarmee kun je van dichtbij scherpstellen en kleine onderwerpen groot in beeld brengen.
Maar heb je geen macrolens? Dan hoef je je echt niet buitengesloten te voelen.
Ook met een gewone consumenten-zoomlens kun je vaak al verrassend dichtbij komen. Sterker nog: zo’n lens kan soms geschikter zijn dan een professionele lichtsterke lens, omdat de minimale scherpstelafstand korter is.
Met andere woorden: kijk eerst eens wat je huidige lens kan voordat je meteen nieuw materiaal gaat kopen.
Licht is belangrijk bij macrofotografie
Bij macrofotografie heb je vaak veel licht nodig. Dat komt onder andere doordat je al snel met een kleiner diafragma werkt om wat meer scherptediepte te krijgen.
Een flitser kan dan heel handig zijn. Een ringflitser is speciaal geschikt voor macrofotografie, omdat die rondom de lens licht geeft. Daardoor krijg je een vrij egale belichting van je onderwerp. Overigens wordt zo’n ringflitser ook weleens gebruikt bij portretfotografie.
Je kunt ook prima werken met een gewone externe flitser, zeker als je die los van de camera kunt gebruiken. Zet er eventueel een diffuser op om het licht wat zachter te maken. Hard flitslicht kan bij kleine onderwerpen namelijk nogal snel onnatuurlijk worden.
Nikon D500 + Sigma 105mm f/2.8 - ISO 200 | 105mm | f/11 | 1/125s
Fotografeer op ooghoogte
Fotografeer je een insect, paddenstoel of bloem? Probeer dan eens op ooghoogte te komen.
Dat betekent vaak dat je door je knieën moet, of zelfs plat op de grond moet gaan liggen. Niet altijd comfortabel, wel vaak de moeite waard.
Door laag te fotograferen, krijg je meer contact met je onderwerp. De foto voelt minder als een registratie en meer alsof je echt in die kleine wereld bent gestapt.
Neem soms wat omgeving mee
Bij macrofotografie is het verleidelijk om je onderwerp helemaal beeldvullend te fotograferen. Dat kan prachtig zijn, maar soms werkt het juist goed om ook iets van de omgeving mee te nemen.
Zo geef je de kijker gevoel voor schaal. Bij een paddenstoel zie je dan bijvoorbeeld beter hoe klein hij eigenlijk is. Of je laat zien waar het insect zit, waardoor de foto meer verhaal krijgt.
Dichtbij is mooi, maar té dichtbij is niet altijd beter.
Nikon D500 + Sigma 105mm f/2.8 - ISO 200 | 105mm | f/4 | 1/500s
Gebruik een klein diafragma voor meer scherptediepte
Bij macrofotografie is de scherptediepte vaak heel beperkt. Een klein stukje is scherp en de rest valt al snel onscherp weg.
Wil je meer van je onderwerp scherp krijgen, gebruik dan een kleiner diafragma. Denk bijvoorbeeld aan f/8 of kleiner.
Let wel op: hoe kleiner je diafragma, hoe minder licht er op de sensor valt. Daardoor wordt je sluitertijd langer en neemt de kans op bewegingsonscherpte toe.
Gebruik een statief of bonenzak
Omdat je bij macrofotografie vaak met weinig scherptediepte en langere sluitertijden werkt, is stabiliteit belangrijk.
Een statief kan dan veel verschil maken. Zeker bij bloemen, paddenstoelen of stille onderwerpen. Is een statief onhandig of te groot, dan kan een bonenzak een mooi alternatief zijn.
Daarmee kun je je camera laag en stevig neerleggen zonder veel gedoe.
Verzacht hard flitslicht
Gebruik je flitslicht? Zorg dan dat het niet te hard wordt.
Een diffuser helpt om het licht zachter te maken. Je kunt het licht ook laten bouncen via een wit oppervlak, zoals een stuk wit karton of een muur. Daardoor krijg je zachtere schaduwen en een natuurlijker resultaat.
Bij macrofotografie zie je harde schaduwen namelijk extra snel.
Zoek rustig licht op
Voor macrofotografie buiten is een beschaduwde plek vaak ideaal. Het licht is daar zachter en je hebt minder last van harde contrasten.
Binnen kun je bijvoorbeeld werken bij een raam, liefst niet pal in de felle zon. Een raam tegenover de zonkant kan heel mooi zacht licht geven.
Handig voor regenachtige dagen, of wanneer je gewoon even niet nat wilt worden.
Nikon D500 + Sigma 105mm f/2.8 - ISO 200 | 105mm | f/16 | 1/160s
Probeer eens een omkeerring
Wil je experimenteren zonder meteen veel geld uit te geven? Dan kun je eens kijken naar een omkeerring.
Daarmee plaats je je lens omgekeerd op je camera. Dat klinkt een beetje vreemd, maar het kan verrassende macroresultaten opleveren.
Het vraagt wel wat geduld en oefening, maar juist dat maakt het ook leuk.
Wees geduldig met je onderwerp
Bij insectenfotografie is geduld misschien wel je belangrijkste hulpmiddel.
Kijk eerst eens goed naar het gedrag van je onderwerp. Waar gaat het insect steeds zitten? Welke route volgt het? Wanneer blijft het even stil?
Als je dat doorhebt, kun je beter voorspellen waar je moet zijn met je camera.
Fotografeer je bloemen, wacht dan even tot het windstil is. Een klein beetje wind kan bij macrofotografie al genoeg zijn om je onderwerp onscherp te maken. Of neem de bloem mee naar binnen, als dat kan en verantwoord is.
Denk buiten de kaders
Macrofotografie hoeft echt niet alleen over insecten en bloemen te gaan.
Dichtbij fotograferen opent een hele nieuwe wereld vol creatieve mogelijkheden. Denk aan de letters op je toetsenbord, de structuur van stof, de noppen van een voetbalschoen, keukengerei, sieraden of zelfs de accessoires van een golfer.
Alles wat je van dichtbij bekijkt, kan ineens interessant worden.
En dat is misschien wel het mooiste van macrofotografie: je leert opnieuw kijken naar gewone dingen.
Nikon D500 + Sigma 105mm f/2.8 - ISO 200 | 105mm | f/16 | 1/160s










