Beginnen met Lightroom
Fotobewerking

Adobe Lightroom Top 10 Weetjes

Wanneer je net met Lightroom begint, zijn er een paar dingen die heel belangrijk zijn om te weten. Niet omdat ze ingewikkeld zijn, maar omdat ze je later een hoop frustratie kunnen besparen.

Het zijn van die dingen waarvan je achteraf denkt: had ik dat maar eerder geweten…

Daarom zet ik hieronder 10 belangrijke Lightroom-weetjes voor je op een rij.

1. Lightroom werkt non-destructief

De kern van Lightroom is non-destructieve bewerking. Dat betekent dat je originele foto niet wordt overschreven.

Je hoeft dus niet te zoeken naar een knop om je bewerking “over het origineel heen” op te slaan. Dat kan namelijk niet. Lightroom onthoudt alleen welke aanpassingen je hebt gedaan.

2. Lightroom bevat je foto’s niet echt

Lightroom ‘bevat’ je fotobestanden niet. Het programma houdt alleen informatie bij over waar je foto’s staan en welke bewerkingen je hebt gedaan.

Verwijder je originelen dus niet omdat je denkt dat ze toch al in Lightroom staan. Dan ben je ze gewoon kwijt.

3. De Lightroom-back-up is geen back-up van je foto’s

De back-upfunctie van Lightroom maakt een back-up van je catalogus, dus van de database. Niet van je originele fotobestanden.

Zorg daarom altijd zelf voor een goede back-up van je foto’s. Bijvoorbeeld op een externe harde schijf of in de cloud.

4. Je catalogus kan beschadigd raken

De catalogus van Lightroom is een database. En net als elke database kan die corrupt raken.

Maak daarom regelmatig een back-up van je catalogus. Bewaar ook een paar oudere versies, zodat je altijd nog verder terug kunt als er iets misgaat.

5. Verplaats je foto’s niet buiten Lightroom om

Lightroom moet weten waar je originele bestanden staan. Verplaats of verwijder je foto’s daarom liever niet buiten Lightroom om, bijvoorbeeld via de Verkenner.

Doe je dat wel, dan raakt Lightroom de link naar je foto’s kwijt. Vervolgens krijg je zo’n vervelend vraagteken of uitroepteken en moet je de bestanden opnieuw koppelen.

6. Lightroom laat RAW-bestanden anders zien dan je camera

De foto die je op het schermpje van je camera ziet, is vaak niet precies hetzelfde als wat Lightroom laat zien.

Je camera toont meestal een bewerkte voorbeeldweergave. Lightroom laat in eerste instantie vooral de informatie uit het RAW-bestand zien.

Wil je dat beeld meer laten lijken op wat je camera liet zien, dan kun je werken met het juiste cameraprofiel in Lightroom.

7. Gebruik sRGB voor internet en e-mail

Bij het exporteren kun je in Lightroom kiezen uit verschillende kleurruimtes, zoals sRGB, AdobeRGB en ProPhotoRGB.

Voor foto’s die je online plaatst of per e-mail verstuurt, is sRGB meestal de veiligste keuze. Andere kleurruimtes kunnen er in programma’s zonder goed kleurbeheer vreemd of flets uitzien.

8. Let op in de rasterweergave

De rasterweergave in Lightroom gedraagt zich anders dan sommige andere weergaves.

Alles wat je in de rasterweergave doet, wordt meteen toegepast op alle geselecteerde foto’s. In andere weergaves gebeurt dat vaak alleen met de hoofdselectie.

Dat is handig als je bewust meerdere foto’s tegelijk wilt aanpassen, maar vervelend als je dat per ongeluk doet.

9. Lightroom heeft meerdere niveaus van selectie

In Lightroom heb je niet alleen geselecteerd en niet-geselecteerd. Er is ook nog een hoofdselectie.

Je hebt dus:

  • de hoofdselectie, meestal lichtgrijs omlijnd;
  • de mede-geselecteerde foto’s, vaak middelgrijs omlijnd;
  • de niet-geselecteerde foto’s, donkergrijs omlijnd.

Leer dat verschil goed herkennen. Zo voorkom je dat je per ongeluk een bewerking of instelling op meerdere foto’s toepast.

10. Vlaggen werken anders dan sterren en kleurlabels

De vlagfunctie in Lightroom werkt lokaal binnen een map of verzameling. Dat is anders dan sterren en kleurlabels, die meer algemeen aan de foto gekoppeld zijn.

Een foto kan dus in een verzameling een vlag hebben, terwijl die vlag niet op dezelfde manier zichtbaar is in de map zelf.

Dat is even wennen, maar wel belangrijk om te begrijpen als je foto’s gaat selecteren en organiseren.